De invoering van een wettelijk minimumloon is in Duitsland een politiek en maatschappelijk gevoelig onderwerp. Voorstanders van een algemeen wettelijk minimumloon zijn van mening dat personen die een volledige werkweek werken daar ook van moeten kunnen leven. Tegenstanders wijzen op de Tarifautonomie en waarschuwen dat een (hoog) minimumloon banen zal kosten. Juist de mensen onderaan de arbeidsmarkt zouden daardoor worden getroffen. Ook zou een (hoog) minimumloon zwart werk stimuleren.
Tarifautonomie is in Duitsland in de grondwet vastgelegd. Dat betekent dat het aan werkgevers en werknemers voorbehouden is te onderhandelen over bepaalde arbeidsvoorwaarden, waaronder de hoogte van salarissen. Inmenging van de overheid is daarbij niet toegestaan. Dit is de reden dat Duitsland (nog) geen, door de overheid opgelegd, algemeen wettelijk minimumloon kent. Minimumloon kan in Duitsland wel per cao voor een bepaalde branche geregeld zijn. Zo kent bijvoorbeeld de bouw een minimumloon voor hun werknemers om loondumping in die sector tegen te gaan.
Wanneer werkgevers en werknemers een cao overeengekomen zijn, kan deze algemeen verbindend worden verklaard. Dat betekent dat ook ondernemingen in de branche die niet bij de cao-onderhandelingen betrokken waren, de lonen moeten betalen die in de cao overeengekomen zijn. Het algemeen verbindend verklaren van de cao gebeurt via het Arbeitnehmer-Entsendegesetz (AEntG). Een branche kan in het AEntG worden opgenomen als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Zo moeten aan de cao gebonden werkgevers 50% van de werknemers in die branche in dienst hebben. Voorbeelden van branches die in het AEntG zijn opgenomen en waarvoor een minimumloon geldt, zijn bouw, gebouwenreiniging en -per 1 januari 2008- de post.